Bij Slikkendam had ik de keuze om het Groene Hart Pad te vervolgen. De weg zou dan naar Woerden voeren en daarna weer terug naar het westen. Ik kon ook door lopen tot het randje van het Groene Hart en dan verder naar het oosten, om de verandering in landschap te ervaren. Ik koos voor het laatste, zoals ik eigenlijk vanaf het begin al van plan was. Voor het vervolg naar het oosten was een route naar Breukelen voor de hand liggend. Daar is een van de weinige punten om het Amsterdam-Rijnkanaal te voet over te steken en snel weer buiten de bebouwde kommen te geraken. Ik zette een eigen route uit op de stafkaart. Eerst naar Breukelen en dan naar Hollandsche Rading. Die bleek vrijwel samen te vallen met de route van het Marskramerpad (LAW), dat van Den Haag naar Bentheim in Duitsland loopt. Er zijn in Nederland zo langzamerhand nog maar weinig goede mogelijkheden over om een eigen langeafstandsroute uit te zetten. Het netwerk van LAW's, provinciale wandelingen en NS-wandelingen wordt steeds dichter. Voor deze paden zijn routes gekozen die de bebouwde kom zoveel mogelijk vermijden, over kleine wegen en paden gaan en langs interessante bezienswaardigheden. Dan nog loop je vaak over asfalt en fietspaden bij gebrek aan alternatieven. Flinke delen van Nederland zijn steeds minder geschikt worden voor wandelen, zeker als je dat zoveel mogelijk over gras en door "natuur" wil doen. Voorlopig volg ik dus het Marskramerpad.
Deze dag wandelen we met zijn tweeën. Een korte wandeling. Langs de huisjes van het kleine dorpje Slikkendam dat naadloos overgaat in Woerdense Verlaat. Een kerkje, een diender die een automobilist heeft aangehouden. Meisjes en jongetjes die naar school fietsen. De verlaat (sluis) maakt het mogelijk van de Vecht naar de Nieuwkoopse Plassen te varen. Ook kan via de Kromme Mijdrecht koers gezet worden naar Amsterdam en ook richting Woerden is er doorvaart. 's Zomers is het nu een kruispunt voor kleine pleziervaart. Vroeger was het de beurtschipper die hier langs kwam. Deze viersprong van vaarwegen heeft kleine bedrijven getrokken. Er is een rommelige verzameling van een betonprefabbedrijf, camperverhuur, plezierbotenshowroom en dergelijke. Er is ook leegstand van bedrijfsgebouwen. Desondanks wordt er gewerkt aan enige uitbreiding van het kleine bedrijvengebied. De dijk loopt hier met een ongebruikelijk geleidelijke helling af naar de polder. Wat verder zijn er een kwekerij, oud-papier en metaalhandel, een half ingestorte kas, een grond- en zandbedrijf, een manege en op een boerderij een vergader- en cursuscentrum.
We steken een ophaalbrugje over waar schuiten met dennenstammetjes liggen die gebruikt zullen worden voor de oeverbeschoeiing. Verderop lopen we langs de Geer, nog steeds over asfalt, maar wel landelijk, met een paar opgeknapte boerderijtjes. In de polder zien we negen zilverreigers, een nog niet zo lang geleden volstrekt afwezige soort. We kunnen nu verder over een grasdijkje langs de Bijleveld, een watertje. De zon breekt door, we zien de eerste bloempjes van het klein hoefblad. Ondanks de natte weilanden aan onze linkerhand zien we maar twee grutto's hun duik- en afleidingsvluchten maken en ook maar een paar kieviten buitelen. Wel vliegt er af en toe een groep kieviten hoog naar het noordoosten. Of de natuur is laat, of de vogelstand is erg teruggelopen of wij zijn op de verkeerde plekken. De wipmolen staat te spiegelen in de Bijleveld, een kilometer voor Kockengen. Langs de grote Heicop en door Portengsebrug lopen we nog een paar kilometer voordat we bij het station van Breukelen op de trein stappen.
Binnenkant dijkje langs de Geer
Molentje aan de Bijleveld
Vochtige weiden in Polder Groot en Klein
Oud-Aa