De Boerkotte
Het station van Oldenzaal uit, zie ik voor het eerst sinds lange tijd twee wandelaars voor me die kennelijk dezelfde route lopen. Vanuit Oldenzaal naar het oosten ben je snel in een landschap met beboste heuvels, waterpartijen, beken, grazige weiden en akkers waar zelfs korenbloemen bloeien. Het gaat deels om buitengoederen. Een flink deel van het eerste deel van deze etappe loopt door het fraaie landgoed de Boerkotte.
Korenbloemen
Vriendelijk landschap
Maar ook het gewonere boerenland is hier anders dan meer naar het westen. De velden zijn omringd door zware bossen en houtsingels. De blik reikt hier niet ver. Eenzame boerderijen zijn gemaakt van rode baksteen en hebben groene houten beschotting op de bovengevel. Wegkapelletjes en wegkruisen herinneren aan het katholieke geloof hier. Helaas zijn ook hier de economische wetten van kracht: ik zie maïsakkers, onkruidvrije weiden en fokstallen. Maar de schaal is hier wel vriendelijker. Het is zo mooi dat ik per ongeluk kilometers om loop. Langs het pad in het bos staat een man bij een stapel hakhout. Hij hakt stukken klein, vrouw en kinderen kijken toe. Op boerderij de Veldmaat houdt men Limousin koeien. Het vlees is er te koop.
De
Veldmaat: Limousin
Valeriaan
Dinkel en Duitsland
Kort na de Dinkel is de Duitse grens. Het Marskramerpad verandert hier in de Handelsweg, die met een witte T in een zwartveld wordt aangegeven.
De
Dinkel
Bad Bentheim
Linksaf langs een spoorlijn naar Gildehaus, dat met Bad Bentheim zo'n vijf kilometer verder, op dezelfde vrij steile heuvel ligt. Hier zit vlak onder grond de beroemde Bentheimer zandsteen. Deze werd via de Dinkel en Vecht naar Holland vervoerd. Voor veel chique gebouwen is deze steensoort gebruikt, bijvoorbeeld het paleis op de Dam in Amsterdam. Ook de sokkel van het Vrijheidsbeeld in New York is ervan gemaakt. Op de wandelpromenade bovenop de Heuvelrug staan een paar Duitse windmolens en wat monumenten.
Bismarck in Bad Bentheim
De laatste etappe!
Vandaag de laatste etappe van een wandeling van ruim 350 kilometer van west naar oost door Nederland. Ik zag het landschap veranderen, van veenweiden en rivierklei, naar aangeplante bossen, van akkers en weiden op ontgonnen venen naar heides. Een enkele heuvelrug. Veel opdringende woonwijken, bedrijventerreinen en wegen, veel horizonvervuiling en geraas, de open ruimte wordt steeds kleiner. Veel boerderettes. De aard van het ruimtegebruik in de agrarische gebieden wordt sterk bepaald door economische eisen van efficiency. Schaalvergroting, rationalisatie en monoculturen. Steeds minder koeien in de wei. Overal maïs. Daartussen hier en daar oude landschapselementen en cultuurhistorisch erfgoed. Landgoederen en beschermde natuurgebieden zijn de oases in deze ruimte. Als je je daarop richt is er nog steeds veel moois te zien.