Etappe 17. 5 juli 2011
Borne
Borne is een voormalig textielstadje. Spanjaard heette de grote industrieel.
Dat is nu verledentijd. De fabrieken zijn weg of leeg. Er resteert alleen nog een
café-restaurant met de naam Spanjaard. Het katholieke karakter blijkt uit
de stijl van de (voormalige?) religieuze gebouwen naast een kerk.
Door ondefinieerbare kenmerken doet het binnenstadje Brabants aan.
Het is iets in het gedrag van de mensen en de inrichting van de straten.
Over de weg hangt een spandoek: "Borne past je als een warme jas. Stem".
Het blijkt om een verkiezing van de leukste plaats van Twente te gaan, georganiseerd
door de locale krant. Borne is dit jaar winnaar! Via nieuwbouwwijken - ook hier -
verlaat ik dit warme dorp en kruis de Deurningerbeek, helaas gekanaliseerd.
Deurningen
Ik ben al snel omringd door vreemde bomen, waarvan de kroon bestaat uit enkele
platte schijven die in etages om de stam zijn gevleid, als op een Chinese prent.
Het zijn buxuskwekerijen. De vraag naar deze bomen is groot, want ik loop
kilometers tussen deze gewassen. Nergens anders zag ik dit op zo'n schaal.
Deurningen is een architectonisch rommelig en oninteressant dorp.
De meeste huizen zijn hier van na WOII. De Deurninger es is lang, bol en nogal kaal.
Een heel klein stukje grasland heeft men langere tijd ongemoeid gelaten.
Dat is een pareltje natuur. Prompt zie ik een grasmus in het hoge kruid.
Pleidooi voor natuurstroken
Het agro-industriële complex heeft zich ons landschap grotendeels toegeëigend.
Ons landschap, ja, want ik ben van mening dat het landschap in ons land van alle
Nederlanders is en niet alleen van de boeren. Landschap is ook biodiversiteit en
cultureel erfgoed. Die toe-eigening zal niet makkelijk ongedaan te maken zijn.
En de boeren zitten gevangen in een economische logica die hen min of meer dwingt
de natuur zoveel mogelijk in functie van de vermeerdering van hun inkomen te stellen.
Natuur- en cultuurhistorische waarden wijken. En daardoor zijn wij opgezadeld met
een landschap dat op veel plaatsen lijkt op een saaie, kale soortenarme woestijn.
Gezien de economische logica zullen boeren niet optreden als hoeders van natuur en landschap,
in tegenstelling tot wat staatsecretaris Bleker op ideologische gronden propageert.
Ja, ik weet het, er zijn boeren die tegen de stroom trachten in te roeien,
maar zij vormen een kleine minderheid. Slechts met geld zijn boeren te verleiden.
Daarom mijn natuurstrokenplan. Natuurstroken langs weiden en akkers zorgen voor
natuurherstel en herstel van biodiversiteit: vrijwel verdwenen planten en vogels
keren terug, evenals kleine zoogdieren en insecten. In Zuid-Limburg zag ik hoe goed dit werkt.
Laten wij de boeren verplichten van elke hectare 4% tot natuurstrook te bestemmen.
Dat is een strook van 4 meter breed op een hectare grond. Laten wij als consumenten
4% opslag betalen op de prijs die Nederlandse boeren voor hun gewassen krijgen en
4% compenseren voor gras en maïs die in eigen bedrijf worden gebruikt.
Naar Oldenzaal
Al mijmerend over deze aanpak beland ik in een groot recreatiegebied, "De Hulskamp",
een plas, ligweiden en bossen. Een fors gebied dat tot de rand van Oldenzaal doorloopt.
Hier gaat de grond opeens stijgen. Voor iemand uit het Groene Hart heel ongewoon:
Oldenzaal ligt op een heuvel.
Kerktoren Oldenzaal