Tien dagen doorgebracht in de Algarve in het zuiden van Portugal. Het was er deze eerste helft van november nog prachtig weer met veel zon en verschillende dagen van 25 Celcius. We verbleven in Pedras del Rei bij Santa Luzia en Tavira in de Oost-Algarve. Dit deel van de Algarve is wat minder uitbundig toeristisch ontwikkeld dan het westen, maar ook hier heeft op veel plaatsen op het oog ongebreidelde bouw van tweede huizen en apartementencomplexen het landschap aangetast.
Klik op de foto voor vergroting Het oude landschap van de west Algarve: boomgaarden tot aan de kust
Daartussen is ook weer veel moois te zien. Behalve de kernen van de oude kustplaatsen vindt de liefhebber van natuur hier ook kleinschalige landbouwgebieden. Het gaat vooral om boomgaarden met olijven, amandelen of sinaasappelen. Sommige zijn verwaarloosd, evenals de bijbehorende boerderijen. Sinds het Salazar-tijdperk lijkt er nooit meer onderhoud te zijn gepleegd. Op de erfafscheidingen groeien allerlei wilde planten, waaronder de sierlijke agave.
Restanten van irrigatiewerken en oude waterputten staan er nog, evenals ruines van schuren en boerderijen. Voor de kust ligt een gebied van schorren, duinen, geulen en zoutpannen. Het is grotendeels beschermd en bekend als natuurgebied Ria Formosa. Een ideaal gebied voor (doortrekkende) watervogels en steltlopers.
Klik op de foto voor vergroting Tapuit eerste winter/vrouw
Bij Quinto do Lago lopende golfbanen tot aan het natuurgebied van Ria Formosa. Deze tapuit zat op slechts een paar meter afstand op een golfbaan.Kleine zwartkop, vrouw
Blauwborst, eerste winter
In de lage struikjes en tussen de zoutminnende planten zaten veel kleine zwartkoppen die in Nederland niet voorkomen en blauwborsten die wij in Nederland in het voorjaar in het riet kunnen vinden.Klik op de foto voor vergroting Dunbekmeeuw
Kijk maar eens naar de ongewoon gevormde kop van deze meeuw. De naam Dunbekmeeuw draagt hij niet voor niets. Het is een schaars voorkomende meeuwensoort in het mediterrane gebied. In de zoutpannen bij Tavira leeft een hondertal exemplaren.
Op het nieuwe schilderwerk van mijn huis trof ik een gedrongen forse groene sprinkhaan aan. Een zoektocht op internet doet mij vermoeden dat het om een soort sabelsprinkhaan gaat, waarvan er 2 in Nederland voorkomen. Een derde soort reist tegenwoordig met auto's mee uit het zuiden. Het is de struiksprinkhaan. Deze heeft rudimentaire vleugels.
Het beest op de foto is een vrouwtje. Dat is te zien aan de sikkelvormige legboor aan de achterzijde. Een paar dagen eerder zat er ook al een veel slankere en lichter groen gekleurde sprinkhaan op het schilderwerk.
Vlakbij de Zuidpier verbleef onlangs een jonge zwarte zeekoet. Hij was ijverig aan het fourageren, dook steeds onder en kwam vaak met buit weer boven.
Aan het kleed te zien gaat het om een jong dat dit jaar geboren is en nu langzamerhand naar het eerste winterkleed overgaat. De eerste keer dat ik een zwarte zeekoet in Nederland zag. Dat stemt overeen met het gegeven dat ze hier slechts enkele malen per jaar te zien zijn.
In Noorwegen zag ik vroeger deze mooi getekende zeekoet. In de zomer is hij pikzwart van boven met een ovaal spierwit veld op de vleugel. Een enorme stortbui dreef mij al snel weer weg van de pier waar ik ook nog scholeksters, steenlopers en piepers zag.
Een bekende verschijning, zeker in de nazomer: een blauwe grote libelle die jaagt op enkele meters hoogte en af en toe neerstrijkt op een plant. De paardenbijter, een uitgekleurd exemplaar. Prachtige beesten van dichtbij. Enorme ogen, felle kleuren. Een pijlpunt op zijn rug. Je vraagt je af wat hij allemaal met die ziet. De paardenbijter behoort tot de kleine glazenmakers en is een van de meest voorkomende libellen in Nederland.
Meer berichten in het
→naar boven